Raad van State stelt Sportvisserij Zuidwest Nederland in het gelijk

0 1390
06 jul

Deze week deed de Raad van State uitspraak in een langslepende kwestie die speelt in het Benedenrivierengebied. Het betrof de verlenging van de belangrijkste huurovereenkomst voor het schubvis-visrecht in een groot deel van dit gebied.

Sportvisserij Zuidwest Nederland huurt sinds jaar en dag van de overheid het schubvis-visrecht in een groot deel van het Benedenrivierengebied. Deze huurovereenkomst had als einddatum 31 december 2015. Omdat deze huurovereenkomst destijds was afgesloten voor de duur van 6 jaren zou deze op 31 december 2015 van rechtswege worden verlengd met 6 jaren.

Verlenging van rechtswege vindt echter niet plaats als de huurovereenkomst door de verhuurder wordt opgezegd of als de verhuurder een nieuw huurvoorstel voorlegt aan de huurder. Een opzegging of een nieuw huurvoorstel van de kant van de verhuurder moet 8 maanden voordat de huurovereenkomst afloopt, worden voorgelegd aan de huurder.

Verlenging huurovereenkomst van rechtswege

In dit geval ontving Sportvisserij Zuidwest Nederland te laat een nieuw huurvoorstel van de overheid waardoor de huurovereenkomst op 30 april 2015 van rechtswege was verlengd, zo concludeerde de jurist van Sportvisserij Nederland.

De Kamer voor de Binnenvisserij kwam ook tot die conclusie en oordeelde verder dat de Kamer niet bevoegd is om een van rechtswege verlengde huurovereenkomst tussentijds te toetsen op een doelmatige bevissing. Daarmee zou de kous normaliter af zijn.

Bezwaren beroepsvissers

Hoewel de wet hierover helder is, maakten de beroepsvissers in het Benedenrivierengebied toch bezwaar tegen de vaststelling door de Kamer voor de Binnenvisserij dat de huurovereenkomst van rechtswege was verlengd omdat de brief van het ministerie te laat was verstuurd.

Ook vonden de beroepsvissers het een probleem dat de Kamer voor de Binnenvisserij huurovereenkomsten niet tussentijds kan toetsen op een doelmatige bevissing. Een opmerkelijk standpunt volgens de jurist van Sportvisserij Nederland, want volgens dezelfde beroepsvissers is het geen enkel probleem dat zij onbeperkt schubvis mogen vangen ondanks dat de visstand al jaren daalt.

Verder is het zo dat het recht op stilzwijgende verlenging van huurovereenkomsten destijds bewust in de Visserijwet is opgenomen om te voorkomen dat de Kamer voor de Binnenvisserij elke huurovereenkomst iedere 6 jaren opnieuw moest toetsen op doelmatigheid.

Toetsing door Kamer en rechtbank

De Kamer voor de Binnenvisserij wees de bezwaren van de beroepsvissers dan ook af. De beroepsvissers stelden tegen die beslissing van de Kamer voor de Beroepsvisserij beroep in bij de rechtbank. Uiteraard werd ook hier verweer gevoerd door Sportvisserij Zuidwest Nederland.

De rechtbank vond echter dat de Kamer voor de Binnenvisserij inderdaad niet bevoegd is om een verlengde huurovereenkomst tussentijds te toetsen op doelmatigheid. De beroepsvissers gingen echter in hoger beroep bij de Raad van State, die deze week uitspraak deed. Drie jaar later is deze zaak nu eindelijk afgesloten en behoudt Sportvisserij Zuidwest Nederland haar visrechten.