Oostvoornse meer: over kiloknallers en half-wilde forellen

0 1321
25 jul

De vangsten van forellen in het Oostvoornse Meer bestaan steeds meer uit bruine forellen (beekforellen, Salmo trutta) en minder uit regenboogforellen (Oncorhynchus mykiss). Dit zou wijzen op een populatieontwikkeling ten gunste van de bruine forel. Er gaan geruchten dat dit zou komen doordat er meer bruine dan regenboogforellen in dit brakke water zijn uitgezet. Niets is minder waar!

Sinds 2009 is er in totaal 11060 kg regenboogforel uitgezet en (sinds 2012) slechts 2830 kg beekforel. Waarom worden er tegenwoordig dan veel meer bruine forellen gevangen? Op de eerste plaats zijn de omstandigheden in het Oostvoornse Meer sinds 2014 in ongunstige zin veranderd. Er treedt nu elk jaar een algenbloei en wiergroei op in een mate die tevoren niet werd waargenomen. In sommige jaren is de situatie ernstiger dan in andere jaren en in de meeste jaren treedt zelfs bloei van de giftige blauwalg op! Verder hebben de forellen tegenwoordig veel meer concurrentie van andere vissoorten. Met de zoutwaterinlaat zijn er ook botten en uitheemse grondelsoorten meegekomen. De inheemse brakwatergrondel kwam al in het Oostvoornse Meer voor, maar daar zijn ook enkele uitheemse soorten bijgekomen, waaronder de zwartbekgrondel uit het gebied van de Zwarte Zee. Vooral de botten vormen geduchte concurrenten voor de forellen. Maar bruine forellen hebben minder moeite met de botten, omdat zij misschien wel een miljoen jaar samen met de bot in de Europese kustwateren en estuaria zijn geëvolueerd. En dan is er nog de toegenomen predatie door aalscholvers uit een nabije kolonie.

Kiloknallers
Onder natuurlijke omstandigheden heeft de regenboogforel een slechte overleving. De meeste Europese kweekstammen bevinden zich al meer dan honderd jaar in de kwekerijen. Er is sinds de import in Europa bijna geen ‘wild bloed’ ingebracht. Integendeel: de regenboogforel is zelfs geselecteerd op een snelle groei in de kwekerij en is hoofdzakelijk een consumptievis voor de keuken of de rokerij geworden. Men ziet tegenwoordig kans om regenboogforellen binnen een jaar van eitje tot vissen van een kilo op te kweken! Met overleving in de vrije natuur heeft dat natuurlijk niets te maken. Bovendien worden in toenemende mate alleen steriele of vrouwelijke exemplaren gekweekt om de groei te verbeteren en sterfte tijdens de kweek te reduceren. Ook deze ‘gemanipuleerde’ exemplaren laten een slechtere overleving in de natuur zien. Tenslotte heeft de regenboogforel van nature al een kortere levensduur dan de bruine forel. Een wilde regenboogforel wordt meestal niet ouder dan vijf tot zeven jaar. Een gekweekte bereikt die leeftijd na uitzetting bij lange na niet. 

Half-wilde beekforellen
De bruine forellen die in het Oostvoornse Meer werden uitgezet, waren bijna allemaal zuivere beekforellen. Deze worden door de kwekers regelmatig ‘teruggekruist’ met beekforellen van lokale stammen, omdat het hoofdzakelijk gaat om de hengelsport en in mindere mate de consumptie. Beekforellen zijn van nature heel goed in staat om met andere vissoorten te concurreren. Onder gunstige omstandigheden zelfs met snoeken. Er bestaan diverse wateren waar beide soorten naast elkaar leven en elkaars populaties in evenwicht houden. Ik denk daarom dat bruine forellen minder ‘last’ hebben van botten dan de regenboogforellen. Ook voor predatie door de aalscholver zijn bruine forellen minder kwetsbaar dan de regenbogen. Door al die factoren én omdat de bruine forel onder gunstige omstandigheden maar liefst twaalf tot twintig jaar kan worden, is de overleving van deze forellen in het Oostvoornse Meer een stuk beter. Regenboogforellen worden tot drie jaar na de uitzetting nog gevangen, daarna zijn de aantallen te verwaarlozen. Beekforellen worden tot vijf jaar na de uitzetting gevangen. Op grond van deze gegevens heb ik een schatting gemaakt van de overleving van beide soorten in het Oostvoornse Meer (zie de twee grafieken).


Cumulatief effect
Doordat beekforellen langer leven en beter overleven onder natuurlijke omstandigheden, ontstaat een cumulatief effect waardoor de aantallen beekforellen op een zeker moment de aantallen regenboogforellen in het Oostvoornse Meer zullen overtreffen. Dit ondanks het feit dat er in de afgelopen jaren aanmerkelijk meer regenboogforellen zijn uitgezet dan beekforellen. Eigenlijk geeft de opbouw van de populatie regenboogforellen pas met ingang van 2012 een juist beeld, aangezien er ook voor 2009 al regenboogforellen waren uitgezet, die in het overzicht van de uitzettingen niet meer voorkwamen. Tussen 2009 en 2012 waren de aantallen regenboogforellen in het Oostvoornse Meer dus veel groter dan in mijn overzicht. Pas in 2012 werden na jaren weer de eerste bruine forellen uitgezet en begon de langzame opbouw van de populatie bruine forel in het Oostvoornse Meer. 

Situatie nog dramatischer
Eigenlijk geeft mijn (hypothetische) overzicht nog een te optimistisch beeld van de populatie van de regenboogforellen. Volgens de terugvangstformulieren die in 2017 zijn ingestuurd komt de bruine forel veel beter uit de bus dan de regenboogforel. Volgens mijn model zouden de vangsten ongeveer 1 : 1 moeten zijn, maar daarvan was in 2017 geen sprake. Volgens de bij Sportvisserij Zuidwest Nederland ingeleverde formulieren werd er circa achtmaal zoveel bruine forel gevangen als regenboogforel! Pas in de loop van 2018 zouden de vangsten van regenboogforellen volgens de vangstformulieren die van de bruine forellen enigszins benaderen. Bovendien is de schuwere bruine forel veel moeilijker vangbaar dan de regenboogforel, dus zou de populatie van bruine forellen in werkelijkheid nog veel groter moeten zijn! Dat betekent dat de overleving en de leeftijd van de regenboogforel in het Oostvoornse Meer veel lager zullen zijn dan ik had geschat. Ook kunnen de overleving en de leeftijd van de bruine forel in dit water veel hoger liggen dan ik had aangenomen. 

Het belang van terugmeldingen
Op het moment dat ik dit schreef, had ik nog niet alle resultaten van de terugmeldformulieren ter beschikking om een analyse van de vangsten en de samenstelling van de forelbestanden te maken. Hoe meer vissen er worden gemeld, hoe nauwkeuriger mijn model kan worden bijgesteld en hoe beter en effectiever de uitzettingen kunnen plaatsvinden. Daarom is het zo belangrijk dat iedere sportvisser zijn vangsten in het Oostvoornse Meer meldt, zelfs wanneer hij helemaal niets heeft gevangen. Ja, en ook de vangsten van botten en haringen zijn belangrijk! 

Regenboogforel in de toekomst?
De slechte vangsten van de regenboogforellen hebben er in ieder geval al toe geleid dat het aangekochte uitzettingsmateriaal kritisch onder de loep is genomen. Bij de leveranciers wordt er aangedrongen op leveringen van geslachtelijk gemengde regenboogforellen (vrouwtjes én mannetjes) en bij voorkeur niet in de winter paaiende regenboogforellen. De zoektocht naar regenboogforellen met enig ‘wild bloed’ heeft vooralsnog niets opgeleverd. Maar de Werkgroep Oostvoornse Meer en Sportvisserij Zuidwest Nederland wil de regenboogforel voorlopig niet laten vallen, want de soort is erg geliefd onder sportvissers door de vaak spectaculaire dril. 

Tekst Franklin Moquette - De Vliegvisser nr. 125






Gerelateerde berichten
Facebook reacties