JAARREDE NOL SWEEP

0 3454
09 dec

Op zaterdag 15 november 2008 vond de Algemene Ledenvergadering van de Federatie wederom plaats. Hierbij vindt u de jaarrede van voorzitter Nol Sweep.

Geachte aanwezigen,

Ik wil mijn jaarrede beginnen met een ieder te bedanken, die op welke titel en waar in de organisatie dan ook zijn of haar bijdrage heeft geleverd aan het feit dat onze 120.000 aangesloten sportvissers vrijwel zorgeloos konden vissen en ook na vandaag kunnen blijven vissen. We rekenen ons rijk en gezegend met het team mensen dat dat mogelijk maakt!

Ik vraag daarvoor van u - als representant van die sportvissers – een ondersteunend applaus!

Bij het schrijven van dé jaarrede overdenk je vooraf waarover je het wilt hebben, wat zal de achterban willen horen en wat kan ik nu reeds in het openbare deel al naar buiten brengen. Moet ik terugblikken of mijn vizier richten op de toekomst.

Recente onderzoeken tonen aan dat het aantal sportvissers in Nederland 2 miljoen bedraagt, dat het aantal georganiseerde sportvissers ruim boven de 425.000 staat en weer terug is op het niveau van het begin van de tachtiger jaren en dat de trend duidt op een verdere groei van de organisatiegraad, dat onze federatie ten opzichte van het introductiejaar van de Vispas een groei heeft laten zien van 17%.

Ik heb er voor gekozen mijn jaarrede vooral te richten op de toekomst, omdat we in mijn beleving staan op een belangrijk draaipunt. Een draaipunt als je kijkt naar de aantoonbare behoefte aan versterking van de professionele ondersteuning in de belangenbehartiging en dienstverlening, een behoefte aan meer betrokkenheid en meebepalen van het beleid vooral ook vanuit de lokale hengelsportorganisaties. Een behoefte aan meer en betere afstemming en eenduidigheid waar het gaat om de informatievoorziening en communicatie.

Over de hele linie en samen – verenigingen, federaties en Sportvisserij Nederland - zijn we groter en sterker geworden. Maar het is nu zaak deze krachtige positie en uitstraling ook vast te houden en op verantwoorde wijze uit te bouwen.

Met het gegroeide aantal aangesloten sportvissers kunnen we onze afdracht op een relatief laag en aanvaardbaar niveau houden. Uitbouwen van de belangenbehartiging en dienstverlening en daarmee een versterking van de georganiseerde sportvisserij moet dus niet primair komen uit meer middelen, maar moet komen uit meer en beter samenwerken, een efficiënte inzet van mensen en middelen en maken van keuzes, en het stellen van prioriteiten.

We moeten er nu voor gaan om onze verworven krachtige positie verder op en uit te bouwen tot de organisatie waarvan de hengelaar vanzelfsprekend deel uit wil maken. Dat kunnen wij niet alleen, daarvoor hebben we uw hulp nodig. En ik richt me daarbij tot alle aanwezigen!

Met de juiste houding, met een groot vertrouwen in de toekomst, gekoppeld aan vooral positief denken, door het in meerdere opzichten slechten van grenzen, gedragen en met de inzet van voldoende mensen – zowel professionals en vrijwilligers – kunnen we die weg samen inslaan. Ik ben daarvan zó overtuigd, dit is en was ook voor mij persoonlijk gedurende vele jaren de basis van mijn inzet voor de hengelsport!

Het is mijn mening en overtuiging, dat wij snel en gecoördineerd moeten komen tot een breed gedragen toekomstbeeld.

Ik wil als voorzitter weten hoe ver wij samen kunnen komen en waar we bijvoorbeeld over tien jaar staan. Onze kracht nú nog, is gelegen in de bij de hedendaagse sportvisserij passende huidige organisatiestructuur. Echter met dien verstande, dat in ieder geval voor de nabije toekomst, naar mijn persoonlijke overtuiging door krachten te bundelen een noodzakelijke versterking en een anders organiseren van in ieder geval de professionele regionale belangenbehartiging een uitgangspunt zou moeten zijn.

De uitwerking daarvan moet wat mij betreft b.v. per definitie betekenen, dat beter gestructureerde communicatielijnen tussen de landelijke en regionale werkorganisaties tot stand komen.
Er zou wat mij betreft ook moeten worden nagedacht hoe we binnen de huidige structuur ook verenigingen zouden kunnen betrekken bij de besluitvorming op landelijk niveau.

In onze activiteiten leven en werken we nog veel en vaak in het “ hier en nu” . Dat past wel bij onze sportvisserijcultuur, maar de vraag is of dat altijd verstandig is. Moeten we niet willen weten hoe onze vis- en visserijwereld eruit ziet over 10 of 15 jaar. Zijn we voldoende geëquipeerd voor dat moment. Wat is de rol van de vrijwilliger dan nog en moeten we niet veel meer gaan inzetten op professionalisering op de lastige en zware dossiers.

Is de afdracht wel onze enige en meest betrouwbare inkomstenbron om duurzaam te kunnen functioneren. Dit zijn vraagstukken waarop wij ons nu moeten voorbereiden. Niet alleen in zuidwest Nederland, maar binnen alle federaties. Het bestuur van de Federatie zuidwest Nederland heeft over deze zaken in 2007 al een eerste brainstorming gehouden. Deze brainstorming was mogelijk op basis van een door een speciaal ingestelde werkgroep aangereikt concept. Onze zusterfederaties zijn daarvan ook in kennis gesteld. Ons bestuur wil nadrukkelijk de vinger aan de pols houden en mede die agenda bepalen!

Ik verwacht dat nog wel enige afstemming en massages nodig zullen zijn, maar ik zal me er sterk voor maken dat vóór 2010 er meer duidelijkheid kan worden gegeven over een wenselijk en wezenlijk ander besluitvormend kader.
Het lijkt mij een uitdaging als we samen kunnen komen tot een gedragen breed toekomstbeeld. Een toekomstbeeld op basis waarvan we op alle niveaus in de georganiseerde sportvisserij programma’s concreter kunnen gaan invullen en vertalen naar begrotingen en budgetten.

Via een zorgvuldig geplande in mijn ogen noodzakelijke overgangstermijn niet langer “ elk voor zich” op basis van de huidig geldende autonomie. Neen, op basis van een eenduidig beleid, één collectief programma, meer gezamenlijk aan de slag!

Mijn inzet daarbij zal ondermeer zijn:

• Samen te gaan werken aan meer synergie qua structuur en meer eenduidigheid in beleid. Volgend jaar zouden we als federatie weer een nieuw werkplan moeten maken, omdat de looptijd van het huidige plan gaat tot en met 2009. Het thans lopende werkplan was een “ topdown benadering” . Ik zou me zo kunnen voorstellen dat we dat nieuwe plan in 2009 gezamenlijk maken op basis van bijvoorbeeld landelijk aangegeven richtingen. Dat er een nieuwe werkplan komt dat “ bottom-up tot stand komt” . Koninklijke Sportvisserij Nederland kan daarmee haar door ons gewenste regierol vervullen en dit project als pilot begeleiden;

Mijn inzet zal ook zijn:

• Helder te maken in welke dossiers vrijwilligers het beste tot hun recht komen en hoe je dit het beste kan organiseren, maar ook in welke dossiers niet. En niet in de laatste plaats hoe dat allemaal te financieren! Dat laatste is wellicht een pijnlijk onderwerp op een moment dat mondiaal men zich grote zorgen maakt over financiën;

En mijn inzet zal zijn:

• Te komen tot één beleid en één aanpak op onderwerpen die niet alleen bij ons, maar in het gehele land spelen en die een wezenlijke invloed kunnen hebben op ons imago. Ik denk daarbij aan het nachtvissen, voorwaarden voor het houden van wedstrijden waarvan een ander de visrechthebbende is. Maar vanzelfsprekend ook aan controle, handhaving en het kunnen sanctioneren.

In één belangrijk dossier hebben we al een belangrijke stap gezet.

Sinds deze zomer is onze vernieuwde website operationeel.
Sportvisserij Nederland en de meerderheid van bij haar aangesloten federaties hebben vorig jaar besloten een eerste stap te zetten op de weg naar een gemeenschappelijke structuur en opmaak van dit voor leden en sportvissers belangrijke informatiemedium.
In relatief korte tijd was deze klus geklaard. Ik spreek mijn grote waardering uit naar Ard en in het bijzonder Lonneke van de federatieve werkorganisatie, die dit project snel van de grond hebben gekregen. We kunnen vanaf nu veel sneller en directer zelf de informatie plaatsen.

Deze aanpak kan worden gezien als een eerste stap naar meer eenheid in het uitdragen van beleid, kennis, ontwikkelingen ten behoeve van verenigingen en naar sportvissers voor belangrijke vis- en stekinformatie.
We zouden nog een stapje verder zijn als de gekozen format voor digitale informatievoorziening ook op lokaal niveau wordt opgepakt. Ik geef dit de aangesloten verenigingen in overweging.

Een ander onderwerp waarop we elkaar dit jaar hebben gevonden zijn de waterschapsverkiezingen. De sportvisserij maakt met een groot aantal natuur- en milieuorganisaties deel uit van de lijst “ Water natuurlijk” .
Vanuit een maximale inzet van Sportvisserij Nederland en haar aangesloten federaties zijn we erin geslaagd landelijk 35 kandidaten redelijk hoog op de lijst te krijgen van onze lijst “ Water Natuurlijk”. Voor onze federatie zijn dat 10 kandidaten met een sportvisserijachtergrond. De waterschapsverkiezingen worden gehouden van 13 tot en met 25 november.
Op dit moment dus!.

Onze federatie heeft in Piscator daaraan ruime aandacht gegeven en ook Sportvisserij Nederland heeft via Het Visblad, dat nu bij alle sportvissers ligt, veel aandacht gegeven aan de betekenis van deze verkiezingen. Daarnaast zijn alle verenigingen voorzien van flyers en posters met het verzoek deze te verspreiden onder de aangesloten sportvissers en zijn de ons bekende hengelsportorganisaties en verkooppunten van documenten hiervan voorzien.

Verder is het ook aan de kandidaten om zichzelf aan de man te brengen. Als we erin slagen gezamenlijk veel eigen kandidaten in de waterschapsbesturen te krijgen is dat uniek in onze sportvisserijgeschiedenis en kunnen we vooruitzien op een optimale belangenbehartiging.

Dit project moet slagen!
Na vandaag resten nog tien dagen voordat het tellen van de uitgebrachte stemmen plaatsvindt. Er is hier nog materiaal beschikbaar indien verenigingen daaraan behoefte hebben.

Het derde grote project en tevens ons speerpuntproject is de Visserijwetcontrole met inzet van Buitengewone Opsporingsambtenaren, beter bekend als BOA’ s.
In ons jaarverslag over 2007 heeft u kunnen lezen dat het onze inzet is om uiteindelijk uit te groeien naar 35 van dergelijke handhavers met opsporingsbevoegdheid.

Op dit moment komen we al in de buurt van de 30 BOA’ s, die periodiek en gecoördineerd handhaven op de Visserijwet op in beginsel de belangrijke federatieve wateren.
Sinds vorig jaar kunnen ook aangesloten verenigingen gratis een beroep doen op controle op de verenigingswateren. Inmiddels maken enkele tientallen verenigingen daarvan gebruik.

Samen met onze BOA- coördinatoren zullen we vanaf 2009 meer aangestuurd en gecoördineerd gaan inzetten op handhaving en controle.
Immers handhaving en controle moeten niet een op zich zelf staand doel zijn, maar uiteindelijk zullen we ook moeten kunnen meten wat de resultaten zijn van deze inzet

We hebben een intensief werkcontact met onze BOA’ s. Twee keer per jaar is er een kennis- en informatie-uitwisselingsoverleg, waaraan ook politiefunctionarissen deelnemen.
Alle BOA’ s zijn door ons dit jaar voorzien van passende herkenbare kleding en moderne zicht- en communicatieapparatuur. Via de communicatieapparatuur kunnen ze in het veld hun controleresultaten direct invoeren in een centraal registratiesysteem. Ik verwacht dat we vanaf 2010 kunnen werken met een zeer gemotiveerd team eigen professionele handhavers. Een team dat op de gewenste sterkte is.

Omdat we een maatschappelijk gevestigde activiteit zijn en deze vertegenwoordigen, zoals we hier vandaag aanwezig zijn ontkom ik er niet aan mijn jaarrede ook te richten op zaken als het binnenvisserijbeleid, de gebieden met het predicaat Natura 2000 en de effecten van de KRW- maatregelen op onze visstand en visserij en laatst maar daardoor niet onbelangrijker, de effecten van de aalscholver op onze visstanden.

Het – denk ik bij iedereen wel bekende - Beleidsbesluit Binnenvisserij van eind vorige eeuw, is kortgeleden met een brief door de Minister van Landbouw in aangescherpte vorm naar de Tweede Kamer gestuurd.
Deze aanscherping richt zich primair op de Staatsbinnenwateren en was volgens mevrouw Verburg nodig, omdat op een aantal staatswateren VBC’ s en visplannen niet snel genoeg van de grond komen.

In ons gebied weten we daar alles van. Immers ook voor de benedenrivieren is zo’n samenwerking nog niet van de grond gekomen. Maar daarover wil ik het nu niet hebben, anders val ik in herhalingen. Ik kan wel zegen dat recente ontwikkelingen duiden op een positieve beweging richting totstandkoming van een VBC voor dit voor ons belangrijke gebied.

Aan de totstandkoming van visplannen voor de Staatsbinnenwateren wordt een termijn verbonden van 1 januari 2010. Deze visplannen zullen worden getoetst en de Minister van LNV heeft aangegeven hierop te zullen handhaven. In oktober zouden de visrechthebbenden en VBC’ s op staatsbinnenwateren door de Minister worden geïnformeerd. Op dit moment heeft een dergelijke informatie mij nog niet bereikt.

In de brief aan de Tweede Kamer had de Minister ook aangegeven dat ze binnenkort zal komen met een toekomstvisie op de binnenvisserij. Zoals met alle aankondigingen van het departement zal ook deze wel wat later uitkomen. Immers de voor oktober aangekondigde brief ligt er ook nog niet.

Het heeft echter wel degelijk betekenis, omdat in die visie zal worden aangegeven hoe de minister de aanpak voor VBC” s en visplannen ziet voor de niet staatswateren. Immers zij is wel verantwoordelijk voor het binnenvisserijbeleid, maar draagt geen verantwoordelijkheid voor het regionale water- en natuurbeheer, waarmee de visserij in de visplannen moet worden afgestemd.

Ik ben van menig dat deze toekomstvisie op de binnenvisserij geen uitstel duldt. Er spelen op dit moment teveel zaken die voor de visserij van belang zijn, het beleid is veel te fragmentarisch, er is sprake van een stapeling van beleid en er wordt niet goed gecommuniceerd over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Er liggen nu voor het optimaal functioneren van VBC’ s en het maken van visplannen enkele belangrijke knelpunten. Immers heeft de Minister met de invoering de 250 ha norm en de inkomensnorm voor het mogen vissen met beroepsvistuigen in de praktijk haar doelstellingen werkelijk bereikt? Komt er in die aangekondigde toekomstvisie nu ook een dwingende regeling om houders van heerlijke visrechten te verplichten deel te nemen aan VBC’ s?

Verder is in het Beleidsbesluit Binnenvisserij van 1999 als beleidspunt opgenomen, “ dat de bereikbaarheid van viswateren waar nodig zal worden verbeterd waar het gaat om de toegankelijkheid van aangrenzende oevers voor sportvissers”.
Ik kan alleen maar vaststellen dat hieraan op geen enkele wijze invulling is gegeven, ergo ik kan slechts vaststellen dat op vele plaatsten onder het mom van ondermeer Natura 2000 doelstellingen, belangrijke oevers voor ons verloren gaan, of zonder onze inzet verloren dreigen te gaan.

Het project Natura 2000 heeft voor ons als sportvisserijorganisatie grote betekenis.
Vorig jaar heb ik u daarover uitvoerig geïnformeerd.
Waarschijnlijk nog dit najaar start de procedure naar het opstellen van de Beheerplannen voor de afzonderlijke wateren die zijn aangewezen in het kader van Natura 2000. In 2009 moeten deze beheerplannen in concept gereed zijn. Wij zijn als federatie bestuurlijk en inhoudelijk betrokken bij dit proces.

Onze inzet bij dat proces zal zijn om de sportvisserij als aanvaard actueel gebruik van deze gebieden opgenomen te krijgen in de beheerplannen. Ik ben daarover optimistisch gestemd dat ons dat gaat lukken!.

In enkele ledenvergaderingen hiervoor, bent u door mij en een aantal gastsprekers geïnformeerd over de betekenis van de Kader Richtlijn Water. Lastige stof, soms ook wat droog, dat realiseer ik me.
Dat proces bevindt zich nu in het stadium van het maken van de waterbeheerplannen. Over enkele weken komen deze uit voor onze tien waterschappen en onze drie provincies. We zullen daarop inspreken!.

We hebben het al wel eens gehad over de effecten van de kader richtlijn water op vis en onze sportvisserij.

Dat er voor de komende jaren veranderingen op ons pad zullen komen staat als een
paal boven water.
Veranderingen door KRW- maatregelen, zoals de inrichting van watersystemen, op visstanden gerichte beheermaatregelen, maar ook omdat de waterkwaliteit al enige jaren merkbaar is verbeterd en nu begint door te werken in de samenstelling van de visstand. Vele argumenten worden aangedragen om deze veranderingen te verklaren. Ook ik kan dat slechts als sportvisser zo ervaren. Ik ben geen deskundige.
Echter binnen Sportvisserij Nederland is die kennis en deskundigheid wel aanwezig.

Na mij zal Bert Zoetemeijer van Sportvisserij Nederland ons meenemen in die veranderende wereld van de vissen en welke betekenis dit heeft voor het sportvissen in zijn verschillende uitingsvormen.

Ik kan er niet omheen, maar naadloos kan ik de overstap maken naar de aalscholverproblemen. Enkele jaren hebben we u moeten meegeven “ we zijn er mee bezig en er wordt aan gewerkt” . Er zijn suggesties gedaan om het onheil te keren. Soms wel, maar meestal niet succesvol.

Ik stel vast dat het probleem met de jaren groter wordt. Zelfs op de lantaarnpalen langs de A 58 zitten nu aalscholvers. Ik stel vast dat ook de waterbeheerder zich nu enige zorgen begint te maken. Immers ook de in het kader van de kader richtlijn water gewenste visstand zou wel eens op het menu kunnen komen van deze veelvraat. Als dat zo is ligt daar wellicht onze winst en een partnerschap. Dan kan het probleem ook zonder emotie worden aangekaart in de VBC’ s.

Ik kan u melden, dat zowel internationaal als nationaal de aandacht groter wordt. Het Europees parlement praat er begin december over en het Ministerie van Landbouw heeft Sportvisserij Nederland gevraagd nog dit najaar een adviesgroep samen te stellen die de Minister moet adviseren. Verder zal Sportvisserij Nederland dit najaar een onderzoek afronden naar de effecten van de aalscholver op visbestanden.

Een hele mond vol. Ik weet dat ik uw geduld wederom sterk op de proef heb gesteld.
Toch was dit slechts een greep uit de vele actuele zaken waar U en wij voor staan.

Ik dank u voor uw aandacht en hoop dat wij met de andere delen van dit ochtend programma U nog interessante informatie kunnen meegeven.



Gerelateerde berichten
Facebook reacties

Om u de beste gebruikerservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Om u de beste gebruikerservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.